Lapland
Als regen tikken muggen tegen de voorruit van de auto. In het opschrijfboekje verschijnen de eerste namen: laplanduil, poolvos, sneeuwuil, sneeuwhoen, sneeuwgors, sneeuwhaas, ijsgors, ijseend, ijsduiker, taigagaai, noordse woelmuis. Er is stille hoop op bruine beer, wolf, veelvraat en lynx. Maar soms moet je de lijstjes vergeten, de verrekijker neerleggen en gewoon genieten. Van de onmetelijke leegte, de stilte, de ruimte, het weidse landschap en vooral het licht. Lapland of Sápmi is een bijna poëtische ervaring.
De zon staat laag aan de horizon. De weg lijkt eindeloos. Het asfalt splitst onafzienbare bosgebieden in tweeën en er is nauwelijks een mens op pad. Soms staat een eland goed zichtbaar langs de kant van de weg of steekt er een das, een vos of bij hoge uitzondering zelfs een lynx over. Het is twee uur ’s nachts. De Zweedse binnenlandroute naar Lapland ligt er verlaten bij. Overdag is het aansluiten in de rij vrachtwagens, campers of auto’s met caravan die op weg zijn naar de Noordkaap. Maar om deze tijd, bij het licht van de middernachtzon, is het heerlijk ontspannen rijden en genieten van iedere kilometer die ons dichter bij het Hoge Noorden brengt.
Lees meer in editie 4 van E&V magazine









